De beste columns – Binsmeister schrijft

Nascendo morimur

05/20/2012
by binsmeister
0 comments

Hemelvaartsdag

De vrijdagmiddagborrel had zich in verband met Hemelvaart verplaatst naar de woensdagmiddag. Ik heb niets meer met het christendom, maar het vasthouden aan belangrijke tradities draag ik een bijzonder warm hart toe. Zo kon het gebeuren dat ik met een gepaste kater wakker werd op de ochtend van Hemelvaart. Niet zozeer dat ik bij Hemelvaartsdag stilstond. Dit voelde meer als een zaterdagochtend! In een onaangename brakke toestand verliet ik chagrijnig mijn bedstee om een bakje koffie te gaan drinken. Ik had mij voorgenomen om deze middag een paar totaal niet interessante potten snooker te kijken op Eurosport of om te dagdromen bij een van de veelvuldig herhaalde documentaires van Discovery Channel. Een vriendin gooide aan het begin van de middag echter al roet in mijn vrome eten. In het begin van het telefoongesprek probeerde ik het drinken van fluitjes nog te verplaatsen naar de vroege avonduren, maar nadat ik opgehangen had, bleek dit toch binnen een klein uurtje te zijn. Heel gek. Er zat niets anders op, want ook mijn kleine kameraad stond al in de startblokken om aan een Amsterdamse kroegentocht te beginnen.

Het voelde echt als een zaterdag, want de hele binnenstad werd overspoeld door fucking dagjesmensen. En wat voor een dagjesmensen! Uit iedere uithoek van Nederland leken er mensen te zijn afgereisd naar de hoofdstad om naar de Toppers te gaan. Uiteraard mocht mijn meest favoriete volkje aan deze geestelijk gehandicapte volksdans niet ontbreken: de Limburgers! Gatverdamme! Gehuld in kapiteinspakjes en andere blauwe en witte versieringen wisten zij de Amsterdamse binnenstad om te toveren in een soort groot provinciaals Schlagerfestival. Ben ik Tilburg ontvlucht door het Festival van het Levenslied, word je toch nog achtervolgd door dit stemgerechtigde polonaisevolk. Erg vervelend om deze slenterende intelligente meute te moeten passeren om bij Café Hoppe te geraken. Mijn gemoedstoestand werd allerminst sympathiek toen een groep uit Nunspeet vroeg of ik ook naar de Toppers ging. Toen besefte ik mij pas dat ik een witte broek aan had met daarop een blauwe trui. Niet slim!

Na enkele fluitjes verlieten we het Spui om ons geluk te gaan beproeven in Café Los aan het Rembrandtplein. Daar maakten we kennis met onze nieuwe kleine vriend Guido, een Belgische Hobbit met een voorliefde voor halve lillipullen bier en Nederlands Elfenbrood. Guido ging gezien de grote zak Elfenbrood die hij in zijn zak had een bonte avond tegemoet. In Café Los gaat het altijd los, dus voor het verdere verloop van de dag leek het ons fellowship verstandiger om een wat rustiger etablissement op te zoeken. Volgende halte: Utrechtse straat, Café Bouwman. Althans voor het grootste deel van ons fellowship, want mijn bestaande kleine vriend raakte op het Amstelveld in diep gesprek met een naar eigen zeggen gerenommeerd psycholoog. Een bijzonder goed gesprek. Waar het precies over ging? Dat wist hij niet meer, maar hij had wel zijn kaartje gekregen. Een handgeschreven naam en telefoonnummer op een kladblaadje. Soms weten zwervers naïeve passanten enorm voor de gek te houden.

Na het doven van onze laatste sigaret in Café Bouwman was het tijd om onze festiviteiten voort te zetten in de Pijp. Na het leggen van een gezonde Turkse bodem namen wij vol goede moed plaats aan de bar in de Eddy Bar. Daar maakten we kennis met Rina, die hoogstwaarschijnlijk een succesvolle ontsnappingspoging had ondernomen uit een of andere kliniek, want deze vreemde vrouwfiguur leek werkelijk alle realiteit uit het oog te zijn verloren. Doorgaans nemen er al rare types aan deze bar plaats, maar daar valt tenminste nog mee te converseren. Met iemand die denkt dat ze de echtgenote is van Napoleon is dat doorgaans een stuk lastiger. Na een zoveelste onsamenhangende scheldkanonnade van Rina groeide de behoefte aan een slaapmutsje. Dat vonden we in de Club Elegance alwaar een bont gezelschap zich aan de bar had verzameld voor een Wodka avond, dat de ‘zondag’ gepast inluidde.

04/04/2012
by binsmeister
Comments Off

Bad Easter Bunny

Pasen in Nederland. Het heeft wat vreemde wortels. De schrale boom in de vorm van dorre takken is denk ik nog de beste metafoor voor dit feest. De Joden vieren het anders en noemen het Pesach en het christelijke Pasen heeft blootgestaan aan syncretisme met Germaanse religieuze feesten voor de Godin Ostara (Easter) waardoor er ineens een haas met chocolade en vreugdevuren aan te pas komen. Het slaat nergens op! Wat heeft de vermeende wederopstanding van het kerstkind te maken met chocolade-eieren, het vertoeven in een woonboulevard en vreugdevuren? Commerciële kletskoek!

De paaswortels van mijn diepe afkeer jegens dit feest vinden hun oorsprong vier jaar geleden in de tuin van het Brabants Historisch Museum in Den Bosch. Op een goede vrijdag in een kroeg in Tilburg was ik zo slim geweest om toe te zeggen dat ik mijzelf wel in een paashazen pak zou hijsen om eieren te gaan zoeken met kinderen. Niet slim. De zaterdagavond voor de bewuste ochtend had ik dermate diep in het glaasje gekeken dat ik nog knettertje lam was toen ik in de trein zat naar Den Bosch. Als ik brak ben, dan ben ik een bijzonder cynisch en zwartgallig mens dat zeker geen blije kinderen om zich heen duldt. Daar heb ik in normale toestand al een pokkenhekel aan, laat staan in zo’n ellendige toestand. Om mijn cynisme enigszins af te zwakken leek het mij verstandig om op de weg van het station naar het museum een jointje te roken. Of dit intelligent was weet ik niet, maar lachen vond ik het wel toen ik mijzelf in de kleedruimte aankeek in de spiegel. “Haha, wat een haas! Een mellow haas!”

Beneden in de tuin kreeg ik van de strenge hostess van het museum een mand vol chocolade-eieren. Ik kreeg er zelfs een instructie bij dat ik blij door de tuin moest huppelen als ik de eieren had verstopt. Ik moet bijzonder dom hebben gekeken naar de hostess. Downsyndroom meets vreetkick. Tot het moment dat de kinderen de tuin betraden ging alles goed. Het zonnetje scheen en mijn buikje was gevuld met de eieren waarvoor ik geen verstop plaats had weten te vinden. De kinderen waren heel irritant. “Jij bent helemaal geen echte paashaas,” was het eerste dat ik naar mijn hazenoren geslingerd kreeg. ‘Nee duh! Weleens een haas gezien van boven de 100 kilo, die zich in een vreetkick misselijk heeft gegeten aan chocolade-eieren?’ Wat een nare kinderen zeg! Ik kan er toch ook niets aan doen dat je van die sadistische ouders hebt die de Efteling of de dierentuin niet didactisch genoeg vinden? Mij niet meer gezien. Ik doe niet meer aan Pasen!

Ik wens iedereen en alle paashazen in het bijzonder een ontzettend fijne Pasen toe!

03/30/2012
by binsmeister
1 Comment

Digitaal tegengeluid

Enkele weken geleden stuurde ik een Whatsapp berichtje naar een vriendin. Het duurde lang voordat ik antwoord kreeg. Heel lang. Een dag ervoor hadden we nog ons gezamenlijk ongenoegen geuit omtrent de steeds grotere rol die de smartphone inneemt in ons dagelijks leven. Ik ging er terecht vanuit dat ze wijselijk haar Whatsapp had verwijderd. Ik zou haar goede voorbeeld graag volgen, maar ik ben daarvoor nog te verslaafd. Ondanks dat het mij meer en meer begint te storen. Alleen in een kroeg neemt het al treurige vormen aan. Mensen zitten in gezelschap liever op hun iPhone te loeren, dan dat ze zich concentreren op het voeren van een leuk gesprek of op het professioneel legen van hun fluitje.

Laatst nog kreeg ik de vraag of het gezellig was geweest de nacht ervoor. Een vraag die ik in zijn geheel niet kon plaatsen, want ik was juist rond een reformatorisch verantwoord tijdstip te bed gegaan. De vraagsteller in kwestie had namelijk gezien dat ik ’s nachts nog ingelogd was geweest op Whatsapp. Nu weet ik dat ik de gezellige schijn tegen heb en dat het derhalve best aannemelijk is dat ik rond dat tijdstip een seksueel gefrustreerde polonaise sta te dansen in het louche Amsterdamse etablissement Mazzeltov, maar dit was niet het geval. Ik ondernam een mislukte poging tot het letterpoepen van een X en had voor het geval ik in deze missie zou slagen mijn iPhone meegenomen om deze puike nachtelijke prestatie tussen het dromen door fotografisch vast te leggen en te delen via het wereldwijde web.

Iedereen staat het natuurlijk vrij om een ‘geletterpoepte’ X te sharen via Facebook, Twitter of Whatsapp, maar ik bemerk een collectieve verslaving, die ziekelijke vormen begint aan te nemen. Chatten is voor fucking tieners, maar twintigers en dertigers schijnen het ook weer te hebben omarmd. Moeders communiceren via Whatsapp met hun kinderen, bejaard Nederland heeft in een wanhopige poging het contact met hun kleinkinderen te onderhouden Hyves overspoeld en meer dan eens zie ik in Amsterdam een multitaskende bakfietsmilf door een tram overreden worden omdat zij al fietsend nog snel haar boodschappenlijstje probeerde aan te vullen via haar Appie app.

Natuurlijk besef ik mij terdege dat deze constatering gestoeld is op een gezonde dosis hypocrisie, want ik doe er zelf vrolijk aan mee. Ook ik maak mijzelf veelvuldig schuldig aan deze collectieve verslaving door het plaatsen van een foto van mijn culinaire creaties op Facebook, ik spui ongevraagd mijn hersenspinsels op de digitale snelweg, val mensen lastig met mijn stapfoto’s en post allerhande online onzin. Toch ben ik er klaar mee om tijdens ieder moment van verveling als een aandachtsjunkie mijn iPhone te checken op een conditionerend 1tje als bewijs van mijn sociale bestaan. Ik geloof niet in de cold turkey methode, maar ik zal alles in het werk stellen om aan het einde van deze week afscheid te hebben genomen van mijn Whatsapp. Uiteindelijk is het doel om gespot te worden met mijn oude Pocketline Swing. Meer echt contact met mensen, minder digitale onzin: dat is het devies! (Aldus postte ik op Facebook)

01/10/2012
by binsmeister
Comments Off

Wildrover

De combinatie vrijdagmiddag, een gezonde vliegangst en het vooruitzicht vervoerd te worden door Ryanair zorgde ervoor dat ik enigszins aangeschoten arriveerde op Eindhoven airport. Tot zover niets aan de hand. Wanneer je een stedentrip  maakt met deze Ierse biggentransporteur ben je tijdens de heenvlucht aangeschoten en tijdens de terugvlucht word je brakheid vertienvoudigd door de krijsende baby of sandwich salami verslindende sukkel naast je. Wat ik echter beter niet had kunnen doen was het drinken van een dubbele whisky na de securitycheck. Anders had ik het denk ik niet aan de stok gekregen met een Havopet van de marechaussee. Ik zou het ook niet tof vinden als ik door minister Hillen te werk gesteld zou worden op ‘tokkie-airport,’ maar iemand laten inchecken met de verkeerde papieren? Een slechte zaak! Daar mag best iets van gezegd geworden.

Het leek mij verstandig om verder geen foute move te maken, dus ik hield mij uiterst kalm toen we bij het vliegtuig stonden te wachten. De overige Havopetten hielden mij namelijk bijzonder scherp in de gaten en ik had niet bepaald zin in een rectaal onderzoek van deze goed getrainde politiesoldaten. Gelukkig kon ik veilig het vliegtuig betreden. Er kwam meteen een steward aangelopen. Geheel tegen mijn principes moest ik liegen tegen deze aardige Ryanair steward, die vriendelijk kwam vragen of ik gedronken had toen ik eindelijk in mijn stoel zat. “I don’t drink sir.” Een kleine tien minuten later, toen we in de lucht waren, kreeg de steward toch een eerlijk antwoord op zijn vraag. Ik kon het niet laten mijn vreugde te uiten door het dansen van de macarena in het gangpad.  “Dale tu ceurpo alegria Macarena, que tu cuerpo es pa’ darle alegria y cosa buana, dale a tu cuerpo alegria Macarena…..heeeej Macarena!” Moeilijk publiek. Niemand danste mee.

Zo’n vlucht gaat bijzonder snel met een paar borreltjes achter de kiezen. Voor je het weet sta je ineens met een pint in je hand Ierse dranknummers mee te zingen in een van de gezellige pubs van Dublin. De eerste avond vloog voorbij. Te meer omdat ik als eerste afhaakte richting het hotel. Mijn eerste ‘drunken night’ zat erop. Althans, bijna. Ik had mij lelijk vergist in het hotel. Ik stond bij de buren binnen. Die hadden ook een room 321, maar dat bleek een vergissing. Gelukkig had de nachtwaker hier alle begrip voor. Ook toen ik hem voor de vierde keer mededeelde dat hij mij niet in de maling moest nemen. Ik was heilig overtuigd van mijn gelijk, maar de aardige Ier in het hotel had alle geduld met mij. “You’re drunk, my friend!” bleef hij  lachend zeggen met zijn fantastische Ierse accent.  Uiteindelijk kon ik in het juiste bed als een tevreden prinsesje beginnen met het doorzagen van bomen in dromenland.

De tweede dag zou in het teken staan van sightseeing, maar uiteraard niet voordat we een koffie zouden drinken in een Ierse pub. Toch gek. Geen sightseeing. Vijftig pints later stonden we weer bij ons hotel.  Daar bleek het bal in de daarnaast gelegen pub. Jacques en ik konden het niet laten om op de livemuziek een gepast dansje te wagen. Twee vrouwen, die dit puike schouwspel gade sloegen, kwamen ook de pub binnen. In mijn beste Engels startte ik een lullepot. Toen een van de dames, die bijzonder veel leek op Ellen ten Damme, vroeg waar we vandaan kwamen, konden we onze conversatie weer fijn voortzetten in het Nederlands. Ja hoor! Het zal ook weer een keer niet: overal ter wereld loop je Nederlanders tegen het lijf. Dublin blijkt daarin geenszins een uitzondering.

Twee kapsters uit Breedje Da! Het beloofde een carnavaleske avond te worden. Zeker toen de flesjes wodka werden aangerukt. Het is moeilijk om je beter te misdragen dan een groep Ierse dames die een vrijgezellenfeestje aan het vieren zijn. Tering hangtiet! Ordinair begaaiuh! Dat de borreltjes rijkelijk vloeiden werd bewezen toen de Benjamin van ons gezelschap wilde gaan slapen. Hij kreeg €20 voor de taxi in zijn handen geduwd, terwijl we het leven aan het vieren waren in de club naast ons hotel. Onze vriendinnen uit Breda zouden de volgende dag een fietstochtje maken, waarvan ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk kan stellen dat ze niet zijn gaan fietsen. Ook denk ik niet dat de eenenveertig jarige blonde kapster haar man en drie kinderen gedetailleerd verslag zal doen van hun eerste avond. What happens in Dublin, stays in Dublin!

[ad]

 

 

11/29/2011
by binsmeister
Comments Off

See you in court Occupymongol!

Na een fijn en gemoedelijk avondje stappen in de Domstad keerde het Amsterdams gedeelte van het fellowship van die avond richting het station. Ook in Utrecht blijken zwervers, uitkeringstrekkers, benevelde hippies, drugsverslaafde nihilisten, anti-globalisten, IQ-lozen, pluizig tuig, krakers en ander nietsnuttig kutvolk zich in tentjes te hebben verzameld op een plein onder het mom van actie voeren. Aangezien dhr. Wolfsen een nog slappere zak is dan de burgervader van Amsterdam voelde ik mij geroepen de aanwezige Occupybeweging ervan te verwittigen dat het na vijf weken nu toch wel tijd was om hun pluizencamping af te breken. “Met moed en vreugd aan het werk! Als je wilt kamperen, dan rot je maar op naar de Ardennen!” Helaas voor mij was er een klein politiepostje gestationeerd bij hun kamp. Deze Mavo-petten gaven mij dan ook bijzonder snel te kennen dat ik door moest lopen.

Dit is toch een beetje de omgekeerde wereld! Daar waar in de rest van de wereld het traangas niet aan te slepen is om dit tuig hun zinloze actie te doen laten staken, zo wordt in Nederland degene die pleit voor onkruidverdelging door de sterke arm der wet aangepakt. Vrijheid van meningsuiting is voor mij een groot goed. Ik liet mij dan ook niet de les lezen door deze jonge Marokkaanse diender. Zeker niet toen een van de pluizen met mij de discussie aanging. “Je moet respect hebben voor onze beweging,” zo liet deze ongeschoren viezerik mij weten. Achter hem prijkte “werk is misdaad” op het spandoek van zijn tentje. Ik schoot hierop een klein beetje uit mijn slof en liep met mijn wijzende vingertje richting de pluis om hem wat verbale oorvijgen te geven.

Nog voordat ik mijn bezielende pleidooi kon afronden, werd ik door Hakim bruut tegen de grond gewerkt. Met zijn agressieve gedrag bewerkstelligde deze diender zelfs dat mijn brilletje van mijn neus geraakte. Mijn brilletje heeft vele extreme situaties in vele steden overleefd. Van Dublin tot Kuala Lumpur en van Berlijn tot Bratislava, maar Utrecht bleek een stad te ver voor mijn bril. Daar lag ik dan met de knie van Hakim plat op de grond. Ik wilde graag van Hakim weten waarvoor ik precies gearresteerd was. Hierop kon hiij mij geen antwoord geven, hetgeen mij licht woedend maakte. “Het is hier geen Marokko waar je willekeurig mensen in de boeien kunt slaan.” Ik moet totaal niet zijn overgekomen, want Hakim deed de handboeien een stuk strakker om mijn polsen en ook mijn metgezellen lagen binnen enkele seconden geboeid en wel op de grond.

Met hoge snelheid kwamen er enkele busjes het plein op geracet. Zwaailichten en sirenes alom! Was de burgemeester van Utrecht dan eindelijk bij zinnen gekomen en had hij de M.E. opdracht gegeven om met gepast geweld deze mongolcamping te ontruimen? Niets bleek minder waar! Hakim had geheel naar Marokkaans gebruik zijn vriendjes gebeld. Ze kwamen voor ons! De grootste der agenten werd mijn persoonlijke begeleider. “Opstaan bolle,” snauwde hij. “Wah denkte zelf vriend? Ik ben zo buis als een huis en lig hier met de handboeien op mijn rug op de grond. Dat gaat een beetje lastig he, Vledder!” Daar had Vledder wel een oplossing voor. Binnen drie seconden lag ik achter in zijn busje. “Mijn brilpootje ligt daar nog!” Vledder had hier geen oren naar. “En nou ga je zitten en houd je je kop dicht!” De deur van het politiebusje werd dichtgesmeten. Daar lag ik dan. Zonder brilpootje, geboeid en wel achterin een politiebusje. En ik had mij dit weekend nog wel voorgenomen een retraite te houden. Wat een ellende!

Met hoge snelheid, zwaailichten en sirene werd ik afgevoerd naar het politiebureau. Ik kreeg nog steeds geen antwoord op de vraag waarom ik nu precies gearresteerd was. “Kop dicht, zei ik!” Om zijn verhaal kracht bij te zetten zette Vledder zijn grote kisten in mijn rug.  “Rustig appelmoes!” Ik moet wederom niet zijn overgekomen, want Vledder zette zijn voeten nog harder in mijn rug. “En nou zeg ik het je verdomme niet meer: je houd je rustig, bolle!” Het leek mij verstandig om de rest van het korte ritje mijn mond te houden.  Toch kon ik het niet laten om aan Vledder te vragen of hij misschien een zak had voor over mijn hoofd voor als ik zo het bureau ingeleid werd. We hadden hier immers wel van doen met de topcrimineel Bins K.

Aangekomen op het bureau werd mijn vriendelijke verzoek tot een advocaat en een telefoontje weggehoond. “Je kijkt teveel films,” zo lachte de niet geheel onverdienstelijke dame van de receptie mijn verzoek weg. “Wat een mooie ogen heb je eigenlijk,” zei ik terwijl ze mijn portemonnee aan een grondige inspectie onderwierp. In tegenstelling tot de overige twee arrestanten in mijn gezelschap werd mij een slaapmatje onthouden. Mijn vriend Vledder schudde mij nog eens goed door elkaar voordat hij mij in het kleinste celletje van Utrecht gooide. “Ik wil je niet meer horen, anders krijg je met mij van doen!” Daar zit je dan op een betonnen bankje kou te lijden in een celletje van nog geen  4m2. De mevrouw van de receptie stelde zich weinig coöperatief op. Meerdere malen kreeg ik te horen dat ik niet in een hotel vertoefde en werd mij meegegeven dat ik als volwassen man de consequenties maar moest accepteren. Touché! Maar ik werd fucking para in mijn betonnen hok. “Ik wil tomatensoep godverdomme!”

Wanneer je acht uur op een betonnen bankje naar een deur zit te staren dan koester je op een gegeven moment sympathie voor de lieden die een lange tijd in de isoleercel vertoeven en hun ongenoegen hieromtrent uiten door kunstwerken op de muur maken van hun ontlasting. Zeker wanneer je een agente op de gang hoort zeggen: “zwaai maar eens naar je vriend, want die zit hier.” Bij het zien van mijn kleine celletje werd er door hem feestelijk gezwaaid. ‘Teringlijer!’ In plaats van het schrijven van een poepgedichtje op de muur leek het mij beter om een krantje te vragen om de tijd te doden. Wederom kreeg ik nul op mijn rekest. Na lang wachten, werden we dan eindelijk vrijgelaten. Wat een grap! Eén van de Occupymongols had aangifte gedaan. Hij voelde zich beledigd. Vreemde zaak, want ik voelde mij door zijn spandoek ook beledigd, maar hiervan doe ik toch ook geen aangifte? Nadat ik mijn spullen weer terug had gekregen van de aardige hoofdagente, die uit medelijden toch nog een bakje koffie en een kleffe boterham met kaas was komen brengen, werd mij gevraagd of ik even €370 kon pinnen. Voor het nogal subjectieve begrip belediging? Ik denk het niet! See you in court Occupymongol!

[ad]

 

 

 

 

11/24/2011
by binsmeister
Comments Off

De bestorming van La Bastille

Het niet onder ogen willen zien van het uit de hand lopen van het afgelopen weekend had ik naar een meer boeddhistisch deel van mijn hersenpan weten te verbannen. Helaas moet ik het toch onder ogen zien. Tijdens het donderdagavondmaal stelde de kok namelijk als een soort interviewer van ‘Man Bijt Hond’ een vraag. “Van wie was in godsnaam die mok tomatensoep met schimmel in de magnetron?” Ontkennen had weinig zin. Ik was er bij thuiskomst zondagochtend half zes blijkbaar niet in geslaagd een laatste restje tomatensoep op te warmen. Ik had even daarvoor op de afterborrel nog stellig beweerd dat bij mij het lichtje nooit uit gaat. Het gaat enkel anders schijnen! Maar als je zelfs op donderdagavond nog wordt herinnerd aan je door Koning Alcohol geregisseerde stupiditeit van het weekend, dan weet je: het is weer lelijk uit de hand gelopen.

De vrijdagmiddagborrel was redelijk netjes verlopen. Na het bespreken van bedrijfstechnische zaken onder het genot van een klein biertje begaf ons gezelschap zich richting café Bouwman voor het vieren van een verjaardag. Tot zover was er nog niets aan de hand. Behalve dan dat een nog meer select deel van ons gezelschap het nodig achtte om richting de Bubbles te gaan. Uiteraard werd onderweg nog een ‘diagonaaltje’ getrokken bij de FEBO. Na het legen van de Russische gezelligheid begon ik aan mijn wandeling richting huis. Het begon hoopvol, want ik verkeerde in vrouwelijk gezelschap. Er werd zelfs uiting aan onze prille verliefdheid gegeven door onze smaakorganen. Hoe het dan in godsnaam mogelijk was dat ik uiteindelijk met een blauwe balzak eindigde aan mijn huisbar discussiërend over de Franse koloniale politiek met de Algerijnse exchange student Abdoul is mij dan ook nog steeds een fucking raadsel!

Om dit raadsel te ontrafelen, leek het mij verstandig om dit de volgende dag in de Eddy Bar te doorgronden onder het genot van een klein biertje. Ik heb het niet kunnen doorgronden, maar gezellig was het wel!  Zo gezellig zelfs dat ik in een vlaag van asociale verstandsverbijstering zonder mijn rekening te voldoen de taxi indook  op naar het volgende feestje: een etentje met een vriend. Na een bourgondisch samenzijn eindigden we na een kleine omzwerving in de Bastille op het Rembrandtplein. De vele borreltjes en danspasjes deden mijn lichtje inderdaad anders schijnen. Even dacht ik de dame van de avond ervoor weer ontmoet te hebben, maar dit bleek een beschamende misvatting. Een door een vriend geschoten iPhone kiekje van mijn weinig intelligente gelaatsuitdrukking overtuigde mij ervan dat Duimelot richting bedstee moest gaan. Dat Likkepot zijn eten tot en met donderdagavond in de magnetron heeft laten staan zegt genoeg. Dit weekend weet ik het zeker: retraite!

[ad]

 

 

11/15/2011
by binsmeister
Comments Off

De liefde voor de smartphone

Bij het uitblazen van mijn eerste adem richting de eeuwige jachtvelden van de Kade leek het alsof ik een diepe hijs van een sigaar deelde met de straat. Verrek! Ik had helemaal geen sigaretten meer. Nu woon ik hemelsbreed een kleie 25 meter tegenover de Albert Heijn, maar burgervader van der Laan kan op zeer korte termijn een brief verwachten waarin ik hem verzoek een tunnel te graven onder de gracht door. De wandeling om het water heen is namelijk precies lang genoeg om een ongezonde portie ergernis te wekken. Voor de baas van een stad dat voor enkele miljarden een metro aan het graven is in een fucking moeras lijkt me een tunneltje onder een gracht door een kleine moeite.

Ik liep langs de tramhalte bij de Nederlandse Bank. Op een verdwaalde bejaarde na stond iedereen bij de halte chagrijnig gehypnotiseerd naar zijn of haar telefoon te buizen. Let er maar eens op! Iedereen en overal lijkt tegenwoordig verliefd op zijn smartphone. Vooral multitaskende vrouwen zijn er goed in. Die kunnen zelfs ‘whatsappen’ op hun fiets.  Een lief ‘whatsappend’ huppelkutje met H&M muts liet zich bijna overrijden bij de stoplichten toen ze zag dat de tram van plan was zijn deuren te sluiten. Als een sardientje propte ze zich met gevaar voor eigen leven het tramblik in. Dom hoor! Ik zou nooit rennen voor een tram, want een kleine tien minuten later komt de volgende meestal aanrijden. Mensen die dat typeren als een luie gedachte kan ik op hun beurt betittelen als kortzichtige lieden. Is het immers niet zo dat de H&M muts juist lui is, omdat ze ook vijf minuten eerder haar stinkende bedje had kunnen verlaten?

Al moet ik eerlijk bekennen dat het in de wintermaanden bijzonder vervelend is om je warme nestje te verlaten.  Ik ben dan ook bijzonder blij dat ik mijn bad vol kan lopen in precies dezelfde periode als mijn lieve iPhone snoozed. Zo hoef ik mij niet te douchen in een fucking iglo. Ik hoef mannen niet uit te leggen hoe meneer Celsius van negatieve invloed kan zijn op de lengte van je copulatieorgaan. Na een kleine nicotinetechnische omzwerving belandde ik op kantoor, alwaar koffiezetapparaat Trudy een heerlijke verse bak koffie voor me in petto had. Nicotine, cafeïne en ontbijtkoek zijn bevorderlijk voor je stoelgang. Een beetje jammer dat je na de grote boodschap tot de conclusie moet komen dat het enige papier op het toilet het krantje is dat je in je handen hebt. Kak! Gelukkig kan ik de digitale editie daarvan raadplegen op mijn lieve iPhone.

[ad]

11/08/2011
by binsmeister
Comments Off

Vrijmibo? Zaterdagmiddagborrel!

Wanneer je zaterdagmiddag zo buis als een huis met een grote bos rozen over de Wallen loopt en deze aan het uitdelen bent aan de ‘meisjes van de nacht,’ dan weet je dat je vrijdagmiddagborrel lelijk uit de hand is gelopen. Heel lelijk mag ik wel stellen! En dan te bedenken dat we dit keer niet een bodem hadden gelegd van Japanse mix, kleffe Pretsels en lauwe bitterballen, maar nog net op tijd café Kale waren binnengestapt om van een heuse avondmaaltijd te genieten. Weliswaar stapten we twee minuten voor de sluiting van de keuken binnen en moesten we derhalve genoegen doen met een wat schrale saté met friet, maar toch: dit was nog het meest verstandige deel van de vrijdagmiddagborrel.

Na de avondmaaltijd was het tijd om de binnenstad onveilig te gaan maken. Geheel in de door mij zo gewaardeerde lijn der impulsiviteit was het eerste etablissement dat wij met onze aanwezigheid verblijdden Club Air. Toch gek, als je de taxichauffeur vraagt je af te zetten bij Café Wiener. Vol goede moed betrad ik als een van de eerste de dansvloer voor het maken van de openingsdans. Het zou niet lang duren of de dansvloer stond helemaal vol. Al is dat niet gek als je je bedenkt dat het in Club Air moeilijker is om een vuurtje te bietsen dan XTC aangeboden te krijgen. Ik moest maarliefst drie keer overgaan tot het knuffelen van iemand alvorens ze mijn sigaret wilde aansteken. Tot een uurtje of half vier ging ik helemaal los op de beats van een voor mij nog steeds onbekend, maar daardoor niet minder goed, DJ-talent.

Toen kreeg ons gezelschap namelijk ook lucht van een feestje in Café Bubbles dat tot acht uur de volgende ochtend zou duren. Dan kan het zo gebeuren dat je met drie mensen opgepropt in een tuk tuk zit richting het Leidseplein. Welke wijsheid aan het bestellen van een fles wodka ten grondslag lag, is mij nog steeds een gulzig raadsel. Ik moet er als een Korsakovpatiëntje hebben bijgestaan, want ik werd gedumpt door mijn korte termijn geheugen. Ik weet dan ook niets meer van de puberale bekpartij, waarvan ik de volgende dag op de hoogte werd gebracht. Evenmin kan ik mij iets meer herinneren van hoe we thuis zijn gekomen. Het moet een traditioneel Russische wandeling zijn geweest, want bij thuiskomst maakte mijn korte termijn geheugen het weer goed met me. Ook mijn nicotineverslaving speelde hierin misschien geen bijrol, want we besloten geheel rationeel de stad weer in te gaan voor het halen van sigaretten.

Nadat we in deze missie geslaagd waren, probeerden we twee  twaalfjarigen, die aan het wachten waren totdat ze opgehaald zouden worden voor hun hockeywedstrijd, te overtuigen om met ons vast de derde helft te gaan beleven. Uiteraard gingen zij niet op ons vreemde verzoek in. Wij waren daarentegen wel in voor een derde helft en vervolgde onze weg richting het Rembrantplein. Onderweg hebben we over de zin van het leven gepraat met  een jonge moeder, die met haar kinderen in de speeltuin was, met een zesjarig broekie en zijn vader tijdens het trappen van een balletje gefilosofeerd over het belang van teamsport in de opvoeding van kinderen, een toeristenmuts gekocht en werd ik de gelukkige eigenaar van een bos rozen. Echter was er geen kroeg die ons een biertje wilde schenken.

Toch gaven wij niet of en bleven net zolang rechtdoor lopen tot we een barretje op de Wallen troffen alwaar Anja de scepter zwaaide. Deze tapte maar al te graag een biertje voor ons. Jammer dat mijn metgezet de bar als kussen beschouwde en na drie slokken snurkend in slaap viel. “Bedtijd jongens, neem jij hem mee,” werd mij in plat Amsterdams gevraagd. Anja had gelijk: het was tijd om naar bed te gaan. Ik vroeg Anja of zij misschien mijn bos rozen wilde hebben. “Maak die wijfies hier achter het raam er maar blij mee jongen, die hebben het harder nodig dan ik.” Zo’n mooi advies kun je natuurlijk alleen maar ten uitvoer brengen. Het was bovendien maar goed dat ik de vijftien rozen had uitgedeeld, want bij thuiskomst rond half drie ‘s middags bleek dat onze bejaarde vriendin Thea op bezoek was. Ze had een bosje rozen voor ons meegenomen.

 

[ad]

 

 

10/30/2011
by binsmeister
Comments Off

Mongolcamping

Nadat we meerdere fraaie duetjes hadden gezongen achter de bar van café Wiener op de Wallen was het tijd om onze danspasjes te oefenen op het Leidseplein. Althans, dat was de gedachte, want we strandden uiteindelijk op het Beursplein alwaar al het pluizige volk van de Benelux zich verzameld heeft om gezamenlijk niet te weten wat ze er eigenlijk doen. Toch wilde ik de discussie wel aangaan met deze bonte verzameling levenservaren hippies, bebaarde clochards, politiek geëngageerde werklozen, geniale straatmuzikanten en wijze wereldverbeteraars.  Helaas ben ik dit soort figuren niet tegengekomen op het plein. Anarchistisch parasietenvolk was er echter wel volop. In andere landen is het volgens mij meer een volksbeweging dan hier. Zou dat er wellicht mee te maken hebben dat het zo gek nog niet is om in Nederland te wonen?

Volgens het laatste rapport van de VN  scoort alleen Zweden hoger als het gaat om welk land zijn zaakjes het beste op orde heeft. Lariekoek natuurlijk, want men is vergeten in het rapport mee te nemen dat alcohol bij onze Vikingvrienden onbetaalbaar is. Nederland is het beste land om in te wonen. Je zou het volk op het Beursplein eigenlijk aan een van hun gesubsidieerde piercings de schijt van hun vuilnisbakkenhond in moeten trekken om hen wakker te schudden! Ga aan het werk in plaats van in je tentje te liggen stinken. Als je daadwerkelijk iets wilt bijdragen aan een betere wereld dan lijkt het mij beter om mee te doen in plaats van je afzijdig te houden. Een beetje zuipen, blowen en gitaarmuziek spelen bij een kampvuurtje is hartstikke gezellig, maar daar verander je niets mee.

Wellicht dat ik de verantwoording bij het individu leg, omdat mijn generatie daarmee is opgegroeid. Opgevoed in vrijheid in een zogenaamde maakbare wereld. Je bent zelf de architect van het leven. Je moet zelf kiezen en doen. Daarbij wordt de economische norm verheven tot leidraad van het goede leven. Afhankelijkheid is een zwaktebod. Mocht je leven mislukken? Dan is dat je eigen schuld. Volgens de moraal ‘pakken wat je pakken kunt, want iedereen doet het,’  gaat menigeen zich te buiten en bezwijkt voor de verleiding tot zelfverrijking. Het moderne individualisme dreigt te verworden tot narcisme, egoïsme en bij sommigen zelfs tot grootheidswaanzin.

Een welbepaald vrijheid-blijheid ideologie is doorwerkt in onze harten en hoofden.  Dat het liberalisme hierin te ver is doorgeschoten, moge duidelijk zijn. Nietschze zei eens over vrijheid: “Vrij waarvan? Wat kan mij dat schelen! Vrij waartoe, dat wil ik horen!” Dat waarden als solidariteit, gemeenschapszin en naastenliefde wat meer aandacht mogen krijgen, lijkt me ook moeilijk te ontkennen. Maar dat bereik je niet door met allerlei randfiguren onzinnig te gaan kamperen.

Toen ik enkele Beurspleinkampeerders dit alles probeerde duidelijk te maken, werd er niet gereageerd.  Toen ik aanstipte dat ik maar weinig jonge mensen op het plein zag, omdat die net als normale mensen geen tijd hebben om twee weken te kamperen, viel er een nog grotere stilte. Wat een verspilling van mijn energie! Passieloze nihilisten! Het was hoog tijd om deze ‘mongolcamping’ te verlaten en naar het Leidseplein te gaan om even hedonistisch uit ons dak te gaan. Volgens mij hebben ze hun punt nu wel gemaakt en kan het plein worden schoongeveegd door de ME. Ze hebben namelijk geen punt.

[ad]

 

 

 

 

10/26/2011
by binsmeister
Comments Off

Tompoucentrauma

De pepernoten liggen al bijna te schimmelen in de supermarktvakken, kinderen zijn al geïndoctrineerd door het eerste Sinterklaasjournaal, alle jeugdigen van Nederland kennen het Intertoysmagazine inmiddels beter uit hun hoofd dan de tafels die de kleuterjuf hen probeert bij te brengen en de middenstand doet vanaf vandaag zijn best om ook de bemanning van ruimtestation ISS mee te laten genieten van onze koopavonden. Wanneer je door een winkelstraat loopt en je krijgt het gevoel alsof je figureert in de fucking kerstreclame van Coca Cola, dan geeft mij dat in eerste instantie een huiverig gevoel. Niet uit cynisme jegens de feestdagen, niet omdat ik mij wil afzetten tegen consumptieve gezelligheid en zelfs niet omdat ik net zo’n naar mannetje als Ebenezer Scrooge wil zijn. Nee! Het gevoel gaat veel dieper en kan bijna worden bestempeld als traumatisch.

Zoals menigeen wel weet, was ik in mijn pubertijd de beste tompoucenschepper van Nederland bij de HEMA, waar ik tussen mijn vijftiende en negentiende levensjaar bijzonder veel arbeidsvreugde heb beleefd. Maar niet in de novembermaand! Ik wist namelijk dat begin november de tijd was dat de feestverlichting aan de buitenzijde van de winkel moest worden opgehangen. Dat betekende dat ik mijn geliefde taartschep even in de gebaksvitrine moest laten liggen om dit gevaarlijke versierwerkje te klaren. Op een gammele trap moest ik loodzware ‘S’en aan de gevel hangen. Arbotechnisch gesproken schandalig werk! Nog steeds kan ik boos worden op meneer Jansen! Daar had mijn hoogtevrees niets mee van doen!

Gelukkig had ik nog een mannelijke collega, Khalid, die tevens mijn grootste concurrent op tompoucenschepgebied was. Ik verkocht altijd meer tompoucen dan Khalid, maar dat had er volgens hem mee te maken dat ik er meer uitzag alsof ik ze zelf ook graag lust. Zijn stiefmoeder had dit ook beaamd, aldus mijn Marokkaanse vriend. Ik attaqueerde dit steevast door te zeggen dat dit je reinste onzin was. “Marokkaans slachtofferrolgedrag!” Iedere eerste week van november stonden wij buiten met de grote zware S’en. Khalid maakte misbruik van deze situatie. Hij liet mij toegeven dat ik alleen maar de beste tompoucenschepper was, omdat ik met een gevuld buikje tompoucen stond te scheppen. “In Marokko heb je geen arbodienst,” geinde ik dan als hij op de trap stond. Ik troost mij met de gedachte dat ik geheel naar oud Nederlands gebruik een Marokkaan aan het werk heb weten te zetten. Daar heeft mijn hoogtevrees nog steeds niets mee van doen!

Om mijn angst onder ogen te zien, ga ik ieder jaar één koopavond de stad in. Met het lood in de schoenen loop ik dan door de winkelstraat. Die lichtjes vind ik meestal toch wel leuk, dus ik word al snel weer mijzelf. Ik stap dan de HEMA binnen om de kwaliteit van de tompoucenschepper te testen. Ik bestel dan vijf tompoucen. Daar zijn namelijk geen doosjes voor. Creativiteit en vooruitdenken zijn erg belangrijk bij het scheppen van dit kostelijke gebakje. Ik vergis mij uiteraard en zeg als de schepper in kwestie klaar is: ‘doe er maar eentje bij.’ Voor een ervaren tompoucenschepper als mijzelf geen enkel probleem, maar het is toch altijd leuk om een tompoucenschepper te zien prutsen. Ik ben benieuwd of ik dit jaar in de HEMA aan de Kalverstraat eindelijk mijn gelijke ga ontmoeten.

[ad]