De vrijdagmiddagborrel had zich in verband met Hemelvaart verplaatst naar de woensdagmiddag. Ik heb niets meer met het christendom, maar het vasthouden aan belangrijke tradities draag ik een bijzonder warm hart toe. Zo kon het gebeuren dat ik met een gepaste kater wakker werd op de ochtend van Hemelvaart. Niet zozeer dat ik bij Hemelvaartsdag stilstond. Dit voelde meer als een zaterdagochtend! In een onaangename brakke toestand verliet ik chagrijnig mijn bedstee om een bakje koffie te gaan drinken. Ik had mij voorgenomen om deze middag een paar totaal niet interessante potten snooker te kijken op Eurosport of om te dagdromen bij een van de veelvuldig herhaalde documentaires van Discovery Channel. Een vriendin gooide aan het begin van de middag echter al roet in mijn vrome eten. In het begin van het telefoongesprek probeerde ik het drinken van fluitjes nog te verplaatsen naar de vroege avonduren, maar nadat ik opgehangen had, bleek dit toch binnen een klein uurtje te zijn. Heel gek. Er zat niets anders op, want ook mijn kleine kameraad stond al in de startblokken om aan een Amsterdamse kroegentocht te beginnen.
Het voelde echt als een zaterdag, want de hele binnenstad werd overspoeld door fucking dagjesmensen. En wat voor een dagjesmensen! Uit iedere uithoek van Nederland leken er mensen te zijn afgereisd naar de hoofdstad om naar de Toppers te gaan. Uiteraard mocht mijn meest favoriete volkje aan deze geestelijk gehandicapte volksdans niet ontbreken: de Limburgers! Gatverdamme! Gehuld in kapiteinspakjes en andere blauwe en witte versieringen wisten zij de Amsterdamse binnenstad om te toveren in een soort groot provinciaals Schlagerfestival. Ben ik Tilburg ontvlucht door het Festival van het Levenslied, word je toch nog achtervolgd door dit stemgerechtigde polonaisevolk. Erg vervelend om deze slenterende intelligente meute te moeten passeren om bij Café Hoppe te geraken. Mijn gemoedstoestand werd allerminst sympathiek toen een groep uit Nunspeet vroeg of ik ook naar de Toppers ging. Toen besefte ik mij pas dat ik een witte broek aan had met daarop een blauwe trui. Niet slim!
Na enkele fluitjes verlieten we het Spui om ons geluk te gaan beproeven in Café Los aan het Rembrandtplein. Daar maakten we kennis met onze nieuwe kleine vriend Guido, een Belgische Hobbit met een voorliefde voor halve lillipullen bier en Nederlands Elfenbrood. Guido ging gezien de grote zak Elfenbrood die hij in zijn zak had een bonte avond tegemoet. In Café Los gaat het altijd los, dus voor het verdere verloop van de dag leek het ons fellowship verstandiger om een wat rustiger etablissement op te zoeken. Volgende halte: Utrechtse straat, Café Bouwman. Althans voor het grootste deel van ons fellowship, want mijn bestaande kleine vriend raakte op het Amstelveld in diep gesprek met een naar eigen zeggen gerenommeerd psycholoog. Een bijzonder goed gesprek. Waar het precies over ging? Dat wist hij niet meer, maar hij had wel zijn kaartje gekregen. Een handgeschreven naam en telefoonnummer op een kladblaadje. Soms weten zwervers naïeve passanten enorm voor de gek te houden.
Na het doven van onze laatste sigaret in Café Bouwman was het tijd om onze festiviteiten voort te zetten in de Pijp. Na het leggen van een gezonde Turkse bodem namen wij vol goede moed plaats aan de bar in de Eddy Bar. Daar maakten we kennis met Rina, die hoogstwaarschijnlijk een succesvolle ontsnappingspoging had ondernomen uit een of andere kliniek, want deze vreemde vrouwfiguur leek werkelijk alle realiteit uit het oog te zijn verloren. Doorgaans nemen er al rare types aan deze bar plaats, maar daar valt tenminste nog mee te converseren. Met iemand die denkt dat ze de echtgenote is van Napoleon is dat doorgaans een stuk lastiger. Na een zoveelste onsamenhangende scheldkanonnade van Rina groeide de behoefte aan een slaapmutsje. Dat vonden we in de Club Elegance alwaar een bont gezelschap zich aan de bar had verzameld voor een Wodka avond, dat de ‘zondag’ gepast inluidde.



