Robert ten Brink: een wingman van likmevestje!

Het was tijd voor een biertje vrijdag. Na een week van noeste arbeid en het verwelkomen van veel nieuwe klantjes mocht de werkweek op gepaste wijze worden afgesloten. Daar leent zich het drinken van een koud biertje meer dan uitstekend voor. We begonnen met een rondje varen op de mooie boot van een collega. De zon deed een fijne duit in het spreekwoordijkje zakje. Bij het passeren van de ambtswoning van onze incompetente burgermoeder kon ik niet anders dan recalcitrant een koud blikje Heineken ad fundum naar binnen werken. De gedachte aan Halseme maakte naast een belerend opgeheven vingertje je reinste afgunst in mij los. Bah bah! Na het boottochtje werd het tijd om onze nieuwe lead gen stagiaire te introduceren met het begrip Kabouterbiertje aan de toog van mijn stamcafé Myrabelle. Daar waar ik er al vrij zeker van was dat onze noviet de trein naar huis niet zou gaan halen deze avond, zo wist hij ons met zijn puppy ogen te verwittigen van zijn voornemen om toch snel thuis te geraken. Ik had er slechts twee woorden voor. ‘Dom hoor!’

Omdat we het mooie principe van ‘eating is cheating’ samen met onze wilde haren reeds achter ons hebben gelaten, werd besloten het feestgedruis voort te zetten in een etablissement alwaar er ook een vorkje geprikt kon worden. Het nieuwe restaurant Sjefietshe in de Pijp. Een aanrader! Al was het maar om de voortreffelijke Riesling op de kaart, die ook door onze noviet gretig soldaat werd gemaakt. Nog steeds hield hij dapper (lees: naïef) vast aan zijn voornemen snel thuis te geraken. Het was pas in de Pianobar dat hij zich realiseerde dat het beter was deze naïeve gedachte voort te laten kabbelen in de flow van de avond.  Zoals altijd bood ik de noviet in kwestie een slaapplek aan op mijn bank aan.

Ondertussen had het alcohol promillage een ietwat bedenkelijk niveau bereikt. Het niveau waarop vrienden met een relatie menen de Robert ten Brink te moeten uithangen bij hun vrijgezelle vrienden. Zo kon het gebeuren dat ik werd voorgesteld aan een schaars geklede dame van Russische origine. Hoe troebel moeten je zintuigen zijn geweest om niet tot de conclusie te komen dat dit een dame van lichte zeden was? Tering zeg! Nu ben ik een open mind mens, doch wilde ik onze noviet niet al te choqueren. In het kader van professionaliteit liet ik deze dame dan ook, na twee niet laffe cocktails en een monoloog mijnerzijds aangaande de Russische politieke situatie, met rust. Professionaliteit meets professionaliteit, want de dame in kwestie had de vier *Gèèn Tonic toch echt op professionele wijze op mijn rekening weten te krijgen. Hoefde ik niets voor te doen. Nastrovja! Veertig euro lichter!

Robert ten Brink had inmiddels het initiatief genomen om ‘ for old times sake’ een borreltje te gaan drinken in de Players. Altijd gezellig en ondanks dat het niet meer zo druk is als vroeger tijden, kun je er nog steeds een prima dansje wagen. Bovendien ben ik stiekem een beetje verliefd op de bardame aldaar. Bij haar bestelde ik dan ook opgewekt een espresso martini, maar dan met Jenever in plaats van Martini, welke was bedoeld zijnde slaapmutsje. Ik was met de dame in kwestie aan het keuvelen over een snel te organiseren dinertje voor twee. Robert ten Brink zou zijn naam als matchmaker maar laffe eer aan hebben gedaan als hij op dat moment niet de zojuist bestelde Espresso Jenever op geheel eigen wijze op mijn witte overhemd zou doen laten belanden. Dus eerst werd ik door hem aan een Russische hoer gekoppeld en nu dit? Lekker bezig Robert. Lekker bezig.  Ik kon het slechts duiden in drie woorden“Man, man, man.” Of zoals men dit in het Spaans duidt: “Hombre, Hombre, Hombre.” Gelukkig wilde de bardame nog wel met me uit eten. Robert laten we donderdag lekker thuis.

*Brabants voor Gin Tonic

Dry January: “hombre, hombre, hombre…”

Het was de 11e dag dat ik mij compleet onthield van het drinken van alcohol. Ibiza vind ik daarvoor overigens een uitermate ongeschikt eiland. Het etablissement waar we genoten van de avond, Vino & Co, leent zich nog minder voor geheelonthouding. Ik voelde mij een heroïnejunk op pluk vakantie op een papaverveld in Mexico. Vino & Co is een door Nederlanders gerunde wijnhandel, waar je op donderdag, vrijdag en zaterdag ook van de heerlijke wijntjes kunt genieten en goed kunt eten. Daar stond ik dan tussen mijn favoriete druivensappen Riesling, Chablis en als klap op de vinologische vuurpijl: Meursault. Er restte mij slechts drie woorden: man, man, man! Of  zoals ik het in het Spaans mompelde. “Hombre, hombre, hombre.” Wat deed ik mezelf aan?

De bardame was alleraardigst en wist mij ervan te verwittigen dat ze een aantal Ginger biertjes koud had liggen. ‘Een goed jaar ,Pat,’ zo lachte ze me toe. Weldra zou het dieptepunt van mijn carrière als fanatiek wijn slurper zich aandoen. Ik stond wat te socializen met een dame die ik had ontmoet tijdens een allesbehalve Dry January een jaar eerder. In een vlaag van verstandsverbijstering slurpte ik geheel per abuis en per ongeluk van haar glas. Gek. Zo smaakt Ginger bier helemaal niet. Het was wijn. Ik spuugde de Meursault uit. “Hombre, hombre, hombre.” Gelukkig voegden zich twee collega’s bij ons gezelschap die zojuist waren geland. We besloten terug te gaan naar onze villa.

Heel gek. Als je niet drinkt, dan ben je gewoon fucking moe rond een uurtje of elf in de avond. Ook vond ik het enorm vreemd waarom er bij thuiskomst zulke slechte hitjes zo hard de ether ingeknald moesten worden. “Hombre, hombre, hombre.” Ik troostte mij met de gedachte dat ik slechts vijf uurtjes later mijn muzikale slag zou slaan. Aldus geschiedde om zeven uur in de vroege ochtend. Ik bracht een a capella concert ten gehore. André Hazes, Helene Fischer en Tino Martin passeerden de muzikale revue. Ik sloot af met de klassieker “Een Pikketanussie” van Johnny Jordaan. Ik zat er lekker in, dus besloot dit liedje nogmaals te zingen. Een toegift is ondergetekend zangtalent geenszins vreemd. Dit alles uiteraard tot groot ongenoegen van mijn lieve collega’s die in de naïeve veronderstelling meenden te verkeren ongestoord hun roes uit te kunnen slapen. Ik maakte dit dezelfde ochtend goed door een uitgebreid ontbijtje te verzorgen. De avond ervoor had ik hen laten kiezen uit:

  • Omelet du Bins (twee eieren, ui, paprika, champignon met kaas en ham)
  • Omelet “rot op met je groentes, ik ben brak” (drie eieren, ham en kaas)
  • Pannenkoek de Morgenstond (niet glutenvrije pannenkoek met honing en aardbei)
  • Griekse jongetjes yoghurt (Griekse yoghurt met honing, aardbei en zwarte bes)

Ik ben nog nooit zo uitgerust thuisgekomen van een lang weekend Ibiza.

Stook dat hellevuur maar lekker op Satan!

Dat de huizenmarkt in grote steden en dan met name in onze hoofdstad ietwat debiele vormen aan begint te nemen heeft weinig eufemistische nieuwswaarde. Voor onze startup zijn we druk op zoek naar kantoorruimte in het centrum van Amsterdam. Zo was ik afgelopen woensdag op visite bij een shared office space aan het Raamplein. Moet gezegd worden. Fraai pandje. Mooi geveltje.  Van binnen ook alles puik in orde. Ook de ruimtes die ons werden getoond strak afgewerkt. Zo op het oog niets mis mee. Met degene die ons rondleidde kan ik alleen maar groot medelijden hebben. Voor woekeraars, patjakkers, oplichters en uitzuigers is er namelijk een heel speciaal plekje in het hiernamaals gereserveerd. Ik geloof geenszins in de dualistische kletskoek van monotheïstische godsdiensten, maar voor dit soort schorriemorrie en duivelsgebroed maak ik graag een uitzondering. Stook dat hellevuur maar lekker op Satan!

Zonder blikken of blozen vertelde de sales ‘onprofessional’ dat de ruimte van nog geen 45m2 waar we in stonden om en nabij de vijfduizend per maand zou moeten gaan kosten. Voor zeven werkplekken is dat een geenszins misselijk bedrag. Maar wat schetste mijn verbazing? Deze rare snaak ambieerde klaarblijkelijk een nog warmer plekje in de hel.  Met een titanium staal gezicht kreeg hij het uit zijn bedrieglijke giecheltje dat er zeventig euro per persoon per maand bij zou komen voor internet en koffie. Wablief? Zeventig euro? Je bent niet goed bij je paasei, joh! Pretty primaire kantoorbehoeften me dunkt! De privé martelkamer van Hitler en Stalin, als je de hellepoort passeert tweede rechts na shotjesbar Chupitos,  krijgt er binnenkort gezelschap bij.  Toen mijn compagnon aangaf dat we die prijzen wat aan de hoge kant vonden, weerlegde deze reïncarnatie van Faust dit met het verbale pareltje: “Tsja, Amsterdam centrum, hé!” Ik was met stomheid geslagen en kon slechts zwijgen. Zelden zag ik het salesvak met zo schandalig weinig Begeisterung uitgevoerd worden. Als ik het in graden zou moeten uitdrukken dan was hier sprake van een Kelvinistisch dieptepunt. Meneer Celsius en mevrouw Fahrenheit zouden hier hun wintermuts heel, heel, heel diep voor hebben afgenomen.

Vijfenzestigduizend euro voor zeven werkplekken op jaarbasis. ‘We are not Mad Henkie!’  Koek koek! Weet je hoeveel fucking koffie je daarvoor kunt drinken? Ik durf te wedden dat we voor dat bedrag een eigen koffieplantage in Ecuador kunnen kopen. Binsbanki Holding Koffie Ventures. Ik zie het al voor me. Kijk, alles is relatief. Ik heb gekkere bedragen dan zeventig euro uitgegeven aan idem dito gekkigheid, maar qua koffie viert de kruideniersmentaliteit binnen ons bedrijf hoogtij! En terecht. Don’t fuck with mijn bakje pleur. Totally flabbergasted  en van mijn a propos gaf het Satanskind alsof de duivel ermee speelde een laatste toegift. Mochten we een meeting ruimte willen huren dan was dat een extra vijftien euro per persoon. Niet voor de duur van de meeting. Neen. Per uur natuurlijk. Maar dat is logisch. Ik dank god op mijn blote knietjes dat we nog geen marketeers op de loonlijst hebben staan, want dan zouden we het tonnetje wel aantikken bij dit kantoor. Stook dat hellevuur maar lekker op Satan! Somebody is knocking on your door binnen hopelijk afzienbare tijd. 

The chase is better than the catch

Vliegtuigspotters, vogelspotters, postzegelverzamelaars, smurfofielen en Larpers. Dit soort figuren dienen met gepaste afgunst tegen het sociale licht te worden gehouden, maar mijn gevoelens jegens hen is ambivalent. Ondanks mijn afgunst benijd ik ze. Begrijp me niet verkeerd. Ik zie mijzelf niet een heel weekend naar grutto’s turen. Mooi werkwoord trouwens turen, zeker als je dit samen met de grutto in een zin gebruikt, maar dit terzijde. Ik zie mijzelf ook niet verkleed als Gandalf in het Amsterdamse bos voetgangers de toegang tot het bospad ontzeggen terwijl ik “you shall not pass” naar ze schreeuw als ik helemaal lekker in mijn rol uit de bosjes spring. ‘Koek koek!’ Ik heb niets met postzegels en nog minder met smurfen. Ik mag graag een episteltje schrijven op zijn tijd, maar schrijven is maar een eenzame hobby. Kijkend naar mijn sociale omgeving worden behalve het drinken van drankjes, een sporadisch koffietje, een lunch hier of daar en lekker uit eten gaan weinig andere activiteiten in groepsverband ontplooit.

We hebben het weleens geprobeerd hoor, maar een potje tennis mondde uiteindelijk uit in een gênant bitterballen gevecht in de kantine. Tijdens het discobowlen volgde een pijnlijke diskwalificatie en drankstop en onze nautische avonturen zijn metaforisch het beste te duiden met een zinkend schip. Voor het bootje dat we gezamenlijk kochten was dit overigens letterlijk het geval. Beschonken varen. Dom hoor. Die rondvaartboten geven je echt geen voorrang zo bleek eens te meer. En als de herfst haar intrede doet, dan is het handig om je boot zo nu en dan te hozen. Een werkwoord dat in mijn woordenboek in ieder geval niet voorkwam en ook in dat van de mede eigenaren een vreemde vocabulaire eend in de bijt was. Poef! En ons bootje was weg. Ze ligt nog steeds op de bodem van de gracht.

Ik laat mij niet gek maken! Ik moet en zal een hobby vinden die ik zonder schaamte gezamenlijk kan ontplooien. Er moet toch iets zijn. Daarom start ik een queeste. Een zoektocht met de q. Zoals de grootste Duitse poeet van deze tijd , Scooter, treffend samenvatte in zijn muzikale pareltje How Much is the Fish: : ‘the chase is better than the catch.’ In mijn driftige queeste naar een hobby stuitte ik op de grootste hobbybeurs van Nederland die ook nog eens de 11e van de 11e wordt gehouden. Dat kan geen toeval zijn. Mocht je deelgenoot willen worden van deze fraaie queeste, schroom dan niet mij te contacteren! Leeuwarden here we come!

 

Stinky shiny sokken

Bij het wakker worden staarde ik fijn naar mijn plafond. Dit genoegen liet mij overigens geheel onverschillig. Ik heb geen mening over mijn plafond. Iemand met een meer materialistische kijk op de zaken zou kunnen stellen dat het wel een likje verf kan gebruiken. De luiheid gebiedt me te zeggen: gaat niet gebeuren. Ik heb geen mening over mijn plafond. Ik accepteer het plafond zoals het is. Ik ging op de rand van mijn bed zitten. Ik probeerde nu al achtenveertig uur het grote niets te doorgronden. Luiheid is daarbij een deugdelijke eigenschap. Ook een zeer praktische, want ik hoefde mijn sokken niet aan te trekken. Deze had ik namelijk bij het betreden van mijn bedstee aangehouden. Net als de avond daarvoor. De inmiddels ietwat penetrante geur nam ik voor lief. Een kleine prijs die klaarblijkelijk betaald diende te worden voor dit filosofisch experiment.

De afgelopen twee dagen was ik hier overigens niet helemaal in geslaagd. Ik had me weliswaar over gegeven aan onzinnige bezigheden,  het grote niets had ik er niet mee weten te doorgronden. Zo heb ik bijvoorbeeld twee uur een blik Unox erwtensoep aangekeken alvorens ik deze heb opgewarmd. Een ander hoogtepunt van nutteloosheid vond ik in mijn contact met de Xs4all klantenservice, die ik had gevraagd mij terug in de wacht te zetten toen ik na anderhalf uur eindelijk iemand aan de lijn kreeg, zodat ik maar liefst drie uur heb kunnen genieten van hetzelfde puike Phill Collins hitje. Vervolgens heb ik op internet dhr. S. Nicolaas opgezocht en hem gebeld om te vragen hoe hij in godsnaam de telefoon in Schijndel op kan nemen terwijl hij nog helemaal niet in Nederland is aangekomen.

Om de leegte deze ochtend te vieren trakteerde ik mijzelf op een kop oploskoffie en nam een stukje chocolade uit een adventskalender. Kerst valt dit jaar wat vroeg aan de Tweede Weteringdwarsstraat. Misselijk van dit slappe excuus voor chocolade- koetjesreep meets adventskalender- vulde ik mijn lege mok nog een keer met koffie. Normaliter had ik nu een vrolijk sigaretje opgestoken. Edoch, ware het niet dat, desalniettemin ik daarmee gestopt ben. Ik zocht mijn heil nu in het bakken van een pannenkoekje en het maken van een fruit shake. Het kan verkeren. Na het ontbijt was het tijd voor mijn ochtendwandeling. Een fijne bezigheid tussen kwart voor 8 en iets over 9. Zo’n beetje iedereen op straat is dan namelijk onderweg naar school of werk. Een voortdurende stroom slaperige fietsers trok als een gehaaste karavaan aan mij voorbij. Ik genoot in het nu van andermans stress. Thuis besloot ik mijn filosofisch experiment direct te beëindigen. Wat een lucht! Stinky shiny sokken sucks! 

 

De Nachtapotheek

Na een lunch en stevige wandeling plofte ik neer op mijn bed. Tering hangtiet! Leek het nu weer of er een olifant plaats nam op mijn borstkast? Ik voelde me juist hersteld van een longontsteking en was de ganse week vol energie geweest. Ik had zelfs de vrijdag ervoor nog met een behoorlijk borreltje het leven gevierd. Het moeizame ademen trachtte ik te attaqueren met ademhalingsoefeningen die ik mij eigen had weten te maken op een door een vriendin als verjaardagscadeau gegeven meditatiecursus. Vier keer in, vier keer nog moeizamer uit. Dit mocht niet baten. Lachen is  gezond, dus ik zette iets van Jim Jefferies op. Mocht ook niet baten. Thee met honing op het balkon. Geen enkel effect. Het was inmiddels iets na zessen toen ik geen andere uitweg zag dan de huisartsenpost te bellen. De mevrouw aan de andere kant van de lijn wond er geen doekjes om. Niks geen Uber naar de Eerste Hulp. Zij had een beter en bovendien bindend voorstel. Haar taxi was een geel busje met blauwe zwaailichten.

“Theo en Henk. Aangenaam.” “Patrick,”  proestte ik met moeite de ether van de ambulance in, terwijl ik ze een klam handje gaf.  Ik mocht plaatsnemen op het bed en Theo begon wat snoertjes aan mijn borstkas vast te maken en bracht een infuus aan in mijn hand. Behalve een hoge bloeddruk kwamen er geen kwalijke zaken uit Theo’s testen. Henk grapte. “Hier twee pilletjes omdat het ADE is.” Ik kon mijn glimlach niet verbergen.  Ook sprayde hij iets onder mijn tong tegen de benauwdheid. “Heeft de huisarts ook gezegd hoe lang een longontsteking kan duren?” vroeg Theo. “Ondanks dat je je goed voelt, kan dat nog best lang doormodderen.” Altijd al een van mijn favoriete werkwoorden der Nederlandse taal. Doormodderen. Liefst in ‘rompertje,’ by far het mooiste zelfstandig naamwoord. Theo en Henk brachten mij naar het AMC. Ik was nog steeds spaans benauwd en de omgeving van een Eerste Hulp deed dit absoluut geen goed. Behandelkamer 11. Dat kon geen toeval zijn dacht ik.

De dienstdoend arts en zijn twee co-assistenten herhaalden alle tests die Theo ook had uitgevoerd. Tevens werd er een foto van mijn longen gemaakt. Daarna was ik overgeleverd aan een hele leuke verpleegster. Die gaf me ook een soort waterpijp die me weer vrij liet ademen. Top chick! De gedachte dat Cupido een van zijn pijlen op mij had afgeschoten werd echter al snel begraven op het kerkhof der illusies. Bloedprikken in een slagader.  Dat valt met slechts een enkel woord samen te vatten. Bloedirritant. Tot vijfmaal toe trof haar naald geen slagader. Toen vatte het lumineus medisch idee bij haar post om onder het mom van drie keer is gênant scheepsrecht de prik uit te voeren in mijn lies. “Je mag je broek omlaag doen.” “Mag of moet,” antwoordde ik gevat. Een strenge blik was echter genoeg. Ze probeerde het nog goed te maken door op te merken, dat de resultaten van het bloed zo wel binnen zouden druppelen, hetgeen onder normale omstandigheden door mij zou zijn opgevat als puik staaltje taalkunst. In deze hoedanigheid voorzag ik geen gezamenlijke toekomst. Dat ze lief Ajax voor me opzette deed hier niets aan af.

Alle uitslagen waren gelukkig goed. Wel was ik benieuwd wat ik dan precies mankeerde aangezien ik hier vanuit kamertje 11 onder het genot van een liesprik op de Eerste Hulp van het AMC Ajax Benfica had liggen kijken. Dit had ik immers niet in mijn agenda staan. De alleraardigste meneer die “interne geneeskunde” op zijn kaartje had prijken ging met de longarts overleggen of ik de nacht thuis mocht doorbrengen. Ik kreeg een recept van hem mee voor een stootkuur prednison en een puffer, mocht ik weer benauwd worden. “Deze kun je ophalen bij de nachtapotheek.” ‘De nachtapotheek?’  Ik meende niet dat zijn nachtapotheek binnen een half uur zou arriveren op een scooter met prednison en een puffer. Ik werd in dit hersenspinsel bevestigd en nam de Uber naar de nachtapotheek om vervolgens eindelijk in mijn eigen bed ademend in slaap te vallen. 

Ik heb een teringhekel aan slechte sales!

“Goedemiddag met onbekende naam van bedrijf X. Komt het nu gelegen?” Ik heb her en der wat demo’s aangevraagd voor bedrijfssoftware. Ook heb ik wat bezichtigingen voor kantoorpanden aangevraagd. Al twee dagen word ik gestalkt door salesmensen.  Ik kon de naam van het beste meisje niet verstaan. Dit kan slechts twee dingen betekenen. Een spraakgebrek of kauwgom in de mond. Eerstgenoemde is niet waarschijnlijk. Het lijkt me dat de corporate waar ze werkzaam is een goed werkende HR afdeling heeft, in hoeverre dit geen contradictio in terminis is. Laten we er gemakshalve van uitgaan dat een bedrijf met een beurswaarde van 107 miljard dollar niet mensen met een spraakgebrek aanneemt op een inbound sales positie. Dan blijft er een kwalijke zaak over. Ze zat met kauwgom in haar mond. Daarbij ging ik er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van uit dat er geen capabele Sales Manager in haar nabijheid verkeerde. Zo eentje die streng doch rechtvaardig over zijn angels en shiners waakt met poffer handschoen en megafoon terwijl de boel wordt opgezweept door de hitjes van Bakermat. Ik hoorde inderdaad geen hitjes op de achtergrond. ‘Amateurs,’ dacht ik meteen. 

Ik ging er eens goed voor zitten en pakte zelfs mijn notitieboekje en pen erbij. Zoveel onkunde in de eerste zin. Adrenaline maakte zich van mij meester. Mijn oren spitsten zich in elfmodus. Ik vond de vraag ‘komt het nu gelegen’ een mislukte poging tot beleefdheid. Het nodigt namelijk uit tot het stellen van een voor de hand liggende wedervraag. “Wat komt precies gelegen?” Meisje van haar à propos, ik de leiding in het gesprek. Het is juist belangrijk om de leiding te hebben in een salesgesprek. Iets met oprechte interesse en het stellen van vragen. Dom hoor. Gemiste kans, want ik laat me niet interrumperen als ik onkunde aan de andere kant van de lijn bespeur.  

Ik verwittigde haar van het feit dat ik twee uur later al met een collega een afspraak had staan. “Welke collega,” vlamde ze er tegelijk met haar kauwgom uit. “Nou, je hoeft niet boos te worden. Relaxt! Cappuccino, croissantje, ontspan.” Ik gaf, beleefd als ik ben, uiteraard wel antwoord op haar vraag. “Maar die werkt bij enterprise sales. Jij gaf aan dat je tot 25 werknemers bent,” snauwde ze me verwijtend toe. Knap hoor. Onkunde combineren met gepruts opgeleukt door taalverkrachting. “Ik snap dat je enthousiast wordt van een nieuwe lead, maar zoals gezegd heb ik om half drie een afspraak met je collega.” Deze onkundige prutser gaf zich echter nog steeds niet gewonnen. Leedvermaak heeft ook zo zijn grenzen, dus ik nam weer de leiding in het gesprek. Ik verhief op slinkse wijze kordaat mijn stem. “HET SPIJT me je te moeten onderbreken (lees: houd je kop dicht, dom wicht). Ik bewonder je gretigheid, maar (juist: alles voor maar is onzin; ik bedoelde hier natuurlijk ik bewonder je onkunde en gepruts) zoals ik je al heb uitgelegd heb ik reeds een afspraak staan. In de tussentijd was mijn verse courgettesoep in de keuken aan het aanbranden. Godverdomme, wat heb ik een teringhekel aan slechte sales!

Zeker niet de markt met de q

De Markt. Ik mag er graag rondstruinen. En dan bedoel ik niet de hipster variant met de q waar je drie euro voor een tomaat betaalt. Dan is de tomaat wel door een lokale boer gekweekt, aldus legitimeert men. Lekker belangrijk. Koop een veganistische taart en vier het! Mij niet gezien. Nee, ik heb het hier over een echte markt. Mijn liefde voor de markt is in Tilburg ontstaan toen ik op het Koningsplein woonde. Op donderdag en zaterdag was er markt op dit ‘schòonste plèèn van et laand.’ Als ik dan niet als “beveiliger” -tussen aanhalingstekens, want als student staat die V op je trui toch in eerste plaats voor ‘vrij weinig doen’- aan het “werk” was in de parkeergarage onder het Koningsplein dan werd ik wel door de groenteboer onder mijn raam wakker geschreeuwd. De groenteman leed aan een hardnekkige vorm van grootheidswaanzin waarbij hij meende om de vijf minuten de prijs van een bakje aardbeien wereldkundig te moeten maken.“Aarebeien euro! Aarebeien euro!” Deze man schreeuwde zijn aardbeien door merg en been.

Als een waar heraut prees hij zijn aardbeien aan.  Kater of geen kater. Dan zat er niets anders op de bedstee te verlaten om vervolgens in je kloffie over de markt te gaan struinen. Bij een echte kater bood een bakje kibbeling soelaas. Omdat ik de marktkoopmannen die hun auto in de garage parkeerden van gratis koffie voorzag en soms voor nop liet uitrijden kreeg ik ook van alles. Wat ook handig was dat we als we een after party op het Koningsplein aan het vieren waren, hetgeen zo nu en dan weleens plaatsvond, ook terecht konden op de markt voor sigaretten. Die werden er namelijk ook verkocht. En zie dan maar eens zonder aardbeien voor een euro huiswaarts te keren! Vitamientjes aanvullen, om vervolgens weer keihard af te breken, maar dit terzijde.

Tegenwoordig mag ik eens per week graag over de Albert Cuyp struinen. Liefst op de late ochtend, begin middag. Ik begin steevast met een haringkje. Uiteraard met ui en zuurtje, wat de kenners er ook van zeggen. Schijnt niet zo te horen. Zal wel zijn. Fucking lekker. Vervolgens wordt de groenteboer met een bezoek vereerd. Die heeft dames in dienst die als laatste in Nederland, sinds de Aldi ook scan kassa’s heeft ingevoerd, het ambacht van vingervlug afrekeningen met codes tot kunst hebben verheven. Na groente en fruit is het, zoals het een goed jager-verzamelaar betaamt, tijd voor het scoren van wat noten. Als mijn sambal op is, dan bezoek ik onderwijl, op aanraden van een vriendin, de toko voor een nieuw vers potje. Misschien scoor ik nog wat scharrelkip bij de poelier en als laatste sluit ik steevast af bij mijn Marokkaanse vriendjes van de olijfkraam voor wat verse olijven en Turks brood.  Die maken er inmiddels een show van hun humus aan mij trachten te verkopen.  Een breed scala aan sales trucs zijn tevergeefs ingezet. Al gebiedt de eerlijkheid me te zeggen dat hun zelfgemaakte humus fucking lekker is. Je moet er aan toe zijn in je leven. Humus. Die fase heb ik gewoonweg nog niet bereikt. Wie weet een volgende keer.

Een hoestend en rochelend afscheid van de sigaret

Een rokershoestje op de maandagmorgen is mij geenszins vreemd. Sterker nog. Als je meer dan zeventien jaar op zo een gulzige wijze sigaretten weg blaft met een steevaste uitschieter in het weekend van minimaal vijf pakjes, dan kun je niet anders.  Dan neem je het rokershoestje op de maandagmorgen voor lief. Vervolgens drink je deze onwelkome gast met koffie je systeem weer uit terwijl je onder een repetitieve klaagzang over je slachtofferrol ten aanzien van de tabaksindustrie de eerste sigaret van de week aansteekt. Wat ik niet verwelkom is dat ik de hele maandag, dag en nacht, aan het hoesten ben en op een gegeven moment als een gevangen platvis in mijn bed koortsig naar adem lig te happen. Dat was afgelopen maandag het geval.

Het leek me verstandig om de huisarts met een bezoek te vereren. Normaliter had ik hier de fiets voor gepakt, maar mijn ademhaling leende zich daar niet echt voor. Bovendien stond mijn fiets nog ergens in de Pijp, omdat het een gulzig weekend was geweest. Het vooruitzicht van een volle tram werd door mij ook niet echt met fanfaremuziek bejubeld, dus ik besloot de Uber te nemen. De huisarts kwam al snel tot de conclusie dat ik een ontsteking in mijn longen had opgelopen. Ook zag hij een causaal verband met roken. Een antibioticum kuurtje en een puffer kreeg ik mee. Na twee dagen veel slapen, kippensoep, fruitshakes en medicatie voelde ik mij wat energieker. En de eerlijkheid gebiedt me te zeggen. Dat ademhalen is best wel fijn. Dat vond de huisarts, met wie ik een vervolgafspraak had, ook. Echter stipte hij nogmaals het causale verband met roken aan en gaf een dwangmatige uitnodiging voor een nieuwe vervolgafspraak waarin we mijn longen vanuit kikkerperspectief gaan vastleggen alsmede mijn longcapaciteit gaan meten. 

Thuisgekomen keek ik droevig naar het  sinds zondagmorgen niet aangeraakte pakje Lucky Strike op mijn bureau. Weemoedig zo niet melancholisch knikte ik naar de Indiaan op het pakje sigaretten. “Tijd om afscheid te nemen Chief Powatan. Het is tijd. De hoogste tijd. We eindigen onze relatie zoals ze begon. Hoestend en rochelend. ” Wat moet je als niet roker doen na een ontbijt, lunch of avondeten? En hoe gaat dat met een biertje? Of na een dubbele espresso? Dat waren overigens nog niet eens mijn meest voorname zorgen. Hoe de fuck ga ik de supermarktmanager van de Vijzelstraat er ludiek op attenderen dat hij die sigaretten wel erg in het zicht verkoopt? Ik besloot deze vragen niet te richten aan de Chief die ik zo vaak als toevluchtsoord en orakel had gebruikt. Ik ga er een nachtje over slapen. Ademend. Wel zo fijn. 

Pepernoten geneuzel!

Lieve supermarktmanager van de Albert Heijn aan de Vijzelstraat,

Met meer dan enige regelmaat bezoek ik uw Albert Heijn voor het doen van mijn dagelijkse boodschappen. Ongetwijfeld zal ik net als ieder ander beïnvloed worden door uw marketing trucs. Ik weet het trouwens wel zeker, want de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik meer dan eens met een bonusaanbieding thuiskom. Dan had ik helemaal geen twintig cent bespaard, zoals de gierigaard in mij meende te bedenken bij het schap in de supermark. Bij thuiskomst bleek ik gewoon opgezadeld te zitten met twee, soms zelfs drie ongewilde producten. Een knap staaltje marketing. Daar moet je in een consumptiemaatschappij ook niet over te klagen. Al vind ik wel dat er soms erg veel keuze is in bepaalde producten. Als ik bijvoorbeeld tandpasta wil kopen, hoef ik echt geen dertig opties te hebben. Dit geeft mij onnodige keuzestress. Maar goed, laten we dit voor een andere keer bewaren. Ik wil namelijk iets belangrijkers onder uw aandacht brengen.

De reden van mijn schrijven ligt gelegen in de komst van die katholieke heilige met zijn al dan niet zwarte pieten. De discussie over zwarte piet kan me trouwens geen pepernoot schelen. Vind het zelfs lachwekkend als mensen echt denken dat cultuur en tradities iets blijvends zijn en niet aan verandering onderhevig. Sterker nog,  als je de geschiedenisboekjes erop naslaat, dan leert dit je dat juist tradities die dit niet doen uiteindelijk zullen verdwijnen. En Sint Nicolaas is daar een treffend voorbeeld van. U dacht toch niet dat de bisschop van Myra zelf had bedacht naar Spanje te verhuizen en op een paard te gaan zitten en wat knechten mee te nemen? Tuurlijk niet. Afgekeken van de Germaanse oppergod Wodan (of Odin als je de Noorse mythologie een warm hart toedraagt), met zijn paard Sleipnir. Fuck die schimmel Americo, Sleipnir is zijn naam. Sinterklaas is een uitvloeisel van syncretisme en zijn traditie aan verandering onderhevig. Maar goed ik zal u niet verder lastig vallen met mijn quasi cultureel historisch geneuzel, want ik wil zoals gezegd iets veel belangrijkers onder uw aandacht brengen. Het gaat mij op die verrekte pepernoot en aanverwante lekkernij.

Ik had mijzelf voorgenomen er een gezondere levensstijl op na te gaan houden. Gezonder eten, meer bewegen, minder drinken, et cetera et cetera. U bent bekend met deze trend, want u speelt hier zelf in uw supermarkt ook handig op in. Wat schetste echter mijn verbazing toen ik afgelopen week in de rij stond bij uw kassa? Kruidnoten. En dan ook nog eens in mijn favoriete smaken truffel en yoghurt witte chocolade. Op ooghoogte en grijpafstand. Gaat het lekker? Ik voelde mij als een heroïnejunk in een papaverveld op plukvakantie. En jullie hebben ook marsepein op ooghoogte bij de kassa. En niet zomaar marsepein. Nee….in de vorm van fruit! Dat is toch niet nodig? Sadisme van de eerste orde en de bovenste plank! Tot dusver heb ik mij kranig weten te verweren, maar het duurt nog fucking lang tot we “Dag Sinterklaasje” kunnen zingen. Sterker nog: hij is nog niet eens in het land! Bij dezen dan ook mijn vriendelijke doch dringende verzoek een voorbeeld te nemen aan de Albert Heijn aan de Stadhouderskade. Die hebben er een speciale hoek voor ingericht, die je makkelijk voorbij kunt lopen.  Niet zo sadistisch opgesteld als bij uw kassa’s. Mocht u binnen een week niet tot actie zijn overgegaan, dan zal ik genoodzaakt zijn mijn boodschappen voortaan daar te doen. Ik ga ervan uit dat dit niet nodig zal zijn.

Met vriendelijke groeten,

Een ontstemde Binsmeister